Een nieuwe binnenlandse luchtvaartmaatschappij

Een nieuwe binnenlandse luchtvaartmaatschappij

1996

"Halverwege de jaren 1990 werden grote wijzigingen doorgevoerd in de binnenlandse vluchten. In 1997 werd de markt geopend. Tot die tijd had de overheid een systeem van speciale vergunningen gebruikt om de binnenlandse commerciële vluchten te regelen. Icelandair bereidde zich voor op de wijzigingen door een nieuw bedrijf op te richten, gericht op binnenlandse routes. Flugfélag Nordurlands en de binnenlandse maatschappij van Icelandair fuseerden tot een onafhankelijke dochtermaatschappij van Icelandair. Zo kwam Flugfélag Íslands, de vierde maatschappij met deze naam, op de markt.
"

Na het openen van de markt brak een prijzenoorlog uit voor de populairste routes. De prijzen daalden tot wel 40%, terwijl het aantal passagiers met slechts 20% toenam. Sommige luchtvaartmaatschappijen gingen failliet omdat ze dergelijke verliezen niet konden dragen. Flugfélag Íslands deed er alles aan om zijn efficiëntie te verbeteren om te kunnen overleven. Het personeelsbestand werd verkleind en tickets werden niet langer uitgegeven. De passagiers boekten hun zitplaatsen steeds vaker via het internet en deze maatregelen bleken doeltreffend: in 2002 noteerde de binnenlandse luchtvaartmaatschappij een winst van 1,7 miljoen USD.

In 2006 werden 400.000 passagiers vervoerd. Ze vlogen behalve naar Reykjavík ook naar Akureyri, Egilsstadir, Ísafjördur, de Westmaneilanden, de Faroëreilanden en de plaatsen Kulusuk, Narsassuak en Nuuk in Groenland. Er vonden ook vluchten plaats van Akureyri naar Grímsey, Thórshöfn en Vopnafjördur. In 2007 bestond de binnenlandse vloot uit zes Fokker 50-toestellen, twee DASH 8-100-toestellen en één Twin Otter-toestel.