Prijzenoorlog

Prijzenoorlog

1955

Loftleidir Icelandic deed het goed en besloot om niet toe te treden tot de International Air Transport Association, IATA. Dat was een interessante beslissing, want de IATA hielp andere maatschappijen om te bezuinigen op sommige gebieden, maar het besliste ook over de tarieven op veel routes.

Het groothertogdom Luxemburg was niet gebonden aan beslissingen van IATA, wat gunstig was voor Loftleidir. Er waren nog geen lijnvluchten naar Luxemburg en de overheid van Luxemburg had veel interesse in een samenwerking. Zo werd in 1955 gestart met passagiersvluchten. Loftleidir Icelandic kon goedkope vluchten aanbieden tussen Europa en Amerika, en de verkoop van tickets steeg snel. Tijdens de drukste jaren werden 300.000 passagiers naar Luxemburg gevlogen. Zij konden van daaruit per trein of bus naar andere steden in Europa doorreizen.

Maar er was nog een reden voor dit succes. De marketingafdeling van Loftleidir Icelandic werkte vernieuwend en introduceerde baanbrekende verkooptechnieken. Ze bedachten nieuwe idee├źn, onder andere dat passagiers hun ticket konden afbetalen gedurende een periode van soms wel twee jaar. Dat soort praktijken was toen ongekend. Ze boden rondritten met gidsen en speciale pakketten aan voor passagiers die onderweg naar de andere kant van de Atlantische Oceaan halt hielden in IJsland.